De Finse taal behoort tot de Fins-Oegrische taalfamilie. Ze is daardoor nauw verwant aan het Estisch, maar ook aan het Hongaars, dat eveneens tot deze taalfamilie behoort. Andere Fins-Oegrische talen zijn onder meer het Samisch, dat vooral in het Noord-Scandinavische Lapland wordt gesproken, en het Karelisch, Vepsisch, Ludisch, Votisch en Lijfs, die in aangrenzende regio’s in Rusland worden gesproken, maar met uitsterven worden bedreigd.
Het Fins verschilt sterk van de meeste andere in Europa gesproken talen, die voornamelijk tot de Indo-Europese taalfamilie behoren. Maar niet alleen de opbouw van het Fins verschilt sterk, ook de basiswoordenschat. De Fins-Oegrische talen zijn agglutinerende talen, en dat is een van de grootste verschillen met de Europese talen uit de Indo-Europese taalfamilie. Bij agglutinerende talen wordt de grammaticale functie, zoals persoon, tijd of naamval, uitgedrukt door affixen toe te voegen en niet door losse woorden. Die affixen breiden een grondwoord uit, maar hebben op zichzelf geen betekenis. Zo betekent het Finse woord talo "huis", taloissani daarentegen "in mijn huizen". De samenstelling kun je zo verklaren: talo "huis" + i (meervoud) + ssa "in" + ni (geeft het bezit aan: "mijn").
Het ontstaan van de Finse schrijftaal gaat terug op de Reformatie. Koning Gustaaf Wasa voerde in 1524 de lutherse leer in als staatsgodsdienst. Dat hield ook in dat het woord van God in de taal van het volk moest worden verkondigd. En zo stammen ook de eerste in het Fins gepubliceerde teksten van een leerling van Maarten Luther. Bisschop Mikael Agricola vertaalde onder meer het Nieuwe Testament in het Fins.
Nadat het Grootvorstendom Finland in 1809 onder heerschappij van de Russische tsaar kwam, ontstond de beweging van de "Fennomanen", die van het Fins een cultuurtaal wilden maken. Het basisprobleem was in die tijd dat de grammatica nooit systematisch was vastgelegd en dat de woordenschat, die zich in het dagelijks leven van de boerenbevolking had ontwikkeld, niet toereikend was voor bestuur en cultuur. Door de beweging van de Fennomanen ontstond uiteindelijk ook een Finstalige literatuur. Nieuwe woorden werden daarbij meestal gevormd door bestaande woorden af te wandelen en niet door leenwoorden over te nemen, wat paste bij het karakter van de Finse nationale beweging.
Het Finse alfabet is identiek aan dat van het Zweeds en bestaat uit de 26 Latijnse letters plus de speciale tekens å, ä en ö.
Grofweg onderscheidt men twee soorten dialecten in het Fins, waarbij de verschillen tussen de dialecten zeer klein zijn. Tot de West-Finse dialecten behoren de Zuidwest-Finse dialecten in Varsinais-Suomi en Satakunta, de Häme-dialecten in Häme, het Zuid-Österbottense dialect in Zuid-Österbotten, de Midden- en Noord-Österbottense dialecten in Midden- en Noord-Österbotten en de Peräpohjola-dialecten in Lapland, Tornedalen en Finnmark. Tot de Oost-Finse dialecten behoren de Savo-dialecten in Savo, Noord-Karelië, Midden-Finland, Kainuu, Järviseutu en Koillismaa en de Zuidoost-Finse dialecten in Zuid-Karelië en, vóór de Tweede Wereldoorlog, op de Karelische landengte.
Fins leren is in elk geval een uitdaging, en het zal dus even duren voordat je op de vraag "Puhutko suomea?" ("Spreek jij Fins?") ja kunt antwoorden. Niet in de laatste plaats door de 15 naamvallen, de agglutinerende opbouw en de geringe overlap van de basiswoordenschat met die van de Indo-Europese talen zal het veel oefening vergen voordat je deze bijzondere taal vloeiend spreekt.
Feiten over de Finse taal:
Foto: Juhku - fotolia.com
Luister naar meer dan 1.700 professionele stemmen of laat ons een casting voor je samenstellen.
Reacties (0)