Bulgaars is een van de Slavische talen die het langst gedocumenteerd zijn. Samen met het Macedonisch vormt het de subgroep van de Oost-Zuid-Slavische talen. Bijna acht miljoen mensen spreken Bulgaars, het grootste deel daarvan in Bulgarije zelf (ca. 7,7 miljoen mensen).
De ontwikkeling van de Bulgaarse taal kun je samenvatten in drie tijdperken.
Het begin van de Oud-Bulgaarse periode ligt in de 9e eeuw en beschrijft de tijd waarin de Slavische taal werd aangenomen als officiële taal in het Eerste Bulgaarse Rijk. De Oud-Bulgaarse periode eindigt rond 1018 met de val van het rijk. In deze periode ontstond ook het cyrillische alfabet.
De Middel-Bulgaarse periode duurde van de 12e tot de 14e eeuw. Ze omvat de periode van het herstel van het Bulgaarse rijk tot de onderwerping door het Ottomaanse Rijk. In deze periode valt ook de School van Tarnovo. In de geest van het vroege humanisme vonden taalkundige, orthografische en stilistische hervormingen plaats, die ook de taalontwikkeling in de gebieden van de huidige staten Roemenië, Moldavië, Servië, Oekraïne en Rusland sterk beïnvloedden. In de Slavisch-orthodoxe kerk is deze taal nog steeds de officiële liturgische taal.
De Nieuw-Bulgaarse periode is de tijd sinds de 15e eeuw. Tijdens een “Bulgaarse nationale wedergeboorte” werd vooral ingezien dat literatuur in de volkstaal geschreven moet zijn. Een bijzondere rol bij de ontwikkeling van deze standaardtaal speelden de Oost-Bulgaren. Door de dominantie van publicaties in Oost-Bulgaarse dialecten hadden die een enorm grote invloed op het Nieuw-Bulgaars. Ook lagen deze dialecten dicht bij het Russisch, waardoor de invloed van de Russische cultuur op Bulgarije werd versterkt. Ook het eerste Bulgaarse schoolboek, dat in 1824 door Petar Beron in Kronstadt (Brașov) werd uitgegeven, werd geschreven in de typisch Oost-Bulgaarse dialecten van die stad.
Tegenwoordig onderscheidt men in het Bulgaars drie hoofddialectgroepen: West-Bulgaarse dialecten, Oost-Bulgaarse dialecten en Rupische dialecten. West-Bulgaarse dialecten omvatten de Noordwest-Bulgaarse tongvallen, de zuidwestelijke tongvallen en verschillende overgangsdialecten. Oost-Bulgaarse dialecten zijn de Balkantongvallen en de Moesische tongvallen. Rupische dialecten zijn de Rodopentongvallen, de Oost-Rupische tongvallen (het zuiden van de Thracische vlakte tot aan de Turkse grens en in het Strandzja-gebergte) en de West-Rupische tongvallen.
De woordenschat van het Bulgaars bestaat voornamelijk uit Slavische erfwoorden. Ook zijn er veel Griekse en Turkse leenwoorden. Het Bulgaars wordt geschreven in een speciale variant van het cyrillische alfabet, met 30 letters (А, Б, В, Г, Д, Е, Ж, З, И, Й, К, Л, М, Н, О, П, Р, С, Т, У, Ф, Х, Ц, Ч, Ш, Щ, Ъ, Ь, Ю, Я). Maar er zijn ook woorden uit het Duits overgenomen, zoals: Auspuff (uitlaat, ауспух), Backenbart (bakkebaard, бакенбард), Backpulver (bakpoeder, бакпулвер), Edelweiß (edelweiss, еделвайс), Leberwurst (leverworst, лебервурст), Schiebedach (schuifdak, шибидах), Wunderkind (wonderkind, вундеркинд), Zeitnot (tijdnood, цайтнот) of Zugzwang (zetdwang, цугцванг).
Feiten over de Bulgaarse taal:
Foto: Sergii Figurnyi - fotolia.com
Luister naar meer dan 1.700 professionele stemmen of laat ons een casting voor je samenstellen.
Reacties (0)