Íslenska is de taal die wordt gesproken op het grootste vulkaaneiland ter wereld, vlak bij de noordpoolcirkel: in IJsland. Het huidige IJslands gaat terug op het Oudijslands uit de hoge en late middeleeuwen, dat op zijn beurt sterk leek op het Oudnoors, omdat veel kolonisten op IJsland van de zuidwestkust van Noorwegen kwamen. Ook nu nog lijkt het IJslands sterk op de zuidwestelijke Noorse dialecten en het Faeröers.
In de vroegmoderne tijd stond het IJslands onder sterke invloed van het Deens en het Nederduits, vooral door de vertalingen van het Nieuwe Testament door Oddur Gottskálksson (1540) en de Corvinus-postille (1546). Niet alleen door de invloed van de Reformatie, maar ook door handelaren die vooral aan de zuidkust van IJsland handel dreven, werd de IJslandse taal verder beïnvloed.
Vanaf het eind van de 18e eeuw werd geprobeerd actief op te treden tegen de beïnvloeding van het IJslands door andere talen. In 1779 werd het IJslands Literair Genootschap (Hið íslenzka Lærdómslistafélag) opgericht. Ook werden vervolgens verschillende grammatica’s en woordenboeken gepubliceerd. Rond 1816 gaf het IJslands Bijbelgenootschap een nieuwe bijbelvertaling uit, geschreven met als doel terug te grijpen op de oorspronkelijke en onvervalste IJslandse taal.
Vanaf 1844 waren alle Deense ambtenaren op IJsland verplicht IJslands te spreken. Vier jaar later werd aan de Universiteit van Kopenhagen voor het eerst een leerstoel IJslands ingesteld. Ook wat de spelling betreft greep men in die jaren terug op het Oudijslands. In 1918, het jaar waarin IJsland onafhankelijk werd van Denemarken, werd uiteindelijk een officieel woordenboek van de IJslandse staat uitgegeven.
De IJslandse taal kent maar heel weinig dialectvariatie, die zich bijna uitsluitend beperkt tot het fonetisch-fonologische niveau. Het oudste bewaard gebleven document in het IJslands is de “Reykjaholtsmáldagi”, een cartularium met afschriften van oorkonden van de kerk van Reykholt. De oudste vermeldingen dateren van ca. 1185.
Een bijzonderheid van het IJslands is dat er zinsconstructies bestaan zonder nominatief (“quirky case”). Een andere bijzonderheid is dat men probeert te vermijden dat er te veel leenwoorden in de taal komen. In 1964 werd een comité opgericht met de taak om voor nieuwe begrippen zuiver IJslandse uitdrukkingen te vinden. Zo heet een computer in het IJslands “tölva”. Dat woord is samengesteld uit de IJslandse woorden voor “getal” en “waarzegster”. Elektriciteit heet bijvoorbeeld “rafmagn”, wat zoveel betekent als “barnsteenkracht”, en een vliegtuig is een “þota”, een snelle vogel.
Een andere bijzonderheid in het IJslands zijn de persoonsnamen. De voornaam is op IJsland het belangrijkste deel van een naam; familienamen zijn juist eerder zeldzaam. Vaak dragen kinderen als achternaam de voornaam van hun vader met daarachter “dóttir” (“dochter”) of “son” (“zoon”). De dochter van een Kristófer zou dan bijvoorbeeld Freyja Kristóferdóttir kunnen heten.
Het IJslandse alfabet telt 32 letters, die grotendeels overeenkomen met het Latijnse alfabet. Naast de Latijnse letters zijn er de “Ð/ð”, die wordt uitgesproken als een Engelse “th”, de “Þ/þ” uit het runenalfabet, die wordt uitgesproken als een harde Engelse “th”, de “Æ/æ” (ei) en, net als in het Duits, de “Ö/ö”. Alle klinkers (inclusief de “y”) kunnen met of zonder accent worden geschreven. (A / a, Á / á, B / b, D / d, Ð / ð, E / e, É / é, F / f, G / g, H / h, I / i, Í / í, J / j, K / k, L / l, M / m, N / n, O / o, Ó / ó, P / p, R / r, S / s, T / t, U / u, Ú / ú, V / v, X / x, Y / y, Ý / ý, Þ / þ, Æ / æ, Ö / ö)
Feiten over de IJslandse taal:
Foto: ronnybas - fotolia.com
Luister naar meer dan 1.700 professionele stemmen of laat ons een casting voor je samenstellen.
Reacties (0)