De Poolse taal behoort tot de groep van de Baltische en Slavische talen binnen de Indo-Europese taalfamilie. Preciezer gezegd is Pools een West-Slavische taal. Tot de Slavische tak van de Indo-Europese talen behoren onder meer ook Bosnisch, Kroatisch, Macedonisch, Russisch, Servisch, Slowaaks, Sloveens, Tsjechisch en Oekraïens. Met 48 tot 55 miljoen sprekers is Pools na het Russisch de meest gesproken Slavische taal. Russisch wordt door ca. 210 miljoen mensen gesproken (deels ook als tweede taal).
Tot de oudst bekende geschreven documenten in het Pools behoort het religieuze lied "Bogurodzica" uit de 13e eeuw; het was de kroningshymne van de Poolse koning Władysław I en het strijdlied van Polen bij de beroemde slagen bij Tannenberg (1410) en Varna (1444). Vanaf de 16e eeuw werd Pools geleidelijk niet alleen door geestelijken, maar ook door de adel en de burgerij gesproken, en zo vestigde het zich.
De Poolse taal werd vanaf het begin met het Latijnse alfabet geschreven. Het Poolse alfabet wordt aangevuld met extra tekens voor de uitspraak van de Poolse klanken en telt in totaal 32 tekens (A, Ą, B, C, Ć, D, E, Ę, F, G, H, I, J, K, L, Ł, M, N, Ń, O, Ó, P, R, S, Ś, T, U, W, Y, Z, Ź, Ż).
In het huidige Polen worden in totaal 6 dialecten onderscheiden: Groot-Pools dialect (dialekt wielkopolsk, gesproken in midden-west- en noord-Polen), Klein-Pools dialect (dialekt małopolski, gesproken in het zuiden en zuidoosten), Mazovisch dialect (dialekt mazowiecki, gesproken in Warschau en het noordoosten), mengdialecten (dialekty mieszane, gesproken in Mazurië, het westen en noordwesten), Silezisch dialect (dialekt śląski) en Kasjoebisch (dialekt kaszubski, gesproken in Gdańsk), dat inmiddels echter als zelfstandige taal wordt beschouwd. De mengdialecten in Mazurië en in het westen en noordwesten van Polen ontstonden na de Tweede Wereldoorlog, omdat deze gebieden oorspronkelijk een Duitstalige meerderheid hadden en door de komst van mensen uit andere Poolse gebieden verschillende dialecten samenkwamen.
Poolse leenwoorden zijn er in het Duits maar in beperkte mate. Enkele voorbeelden van woorden die het Duits uit het Pools heeft overgenomen zijn: Gurke (augurk) van ogurek, Säbel (sabel) van szabla of Pulk (troep) van pólk. Omgekeerd zijn er een aantal Poolse woorden die uit het Duits stammen. Vooral in de middeleeuwen was er intensief contact tussen Duitsland en Polen (de Duitse Oostkolonisatie). Ook in veel grotere steden woonden Duitse minderheden. Voorbeelden van Duitse leenwoorden in het Pools zijn: fajerwerk van Feuerwerk (vuurwerk), wagon van Waggon (wagon), szuflada van Schublade (lade) of kunszt van Kunst (kunst).
Feiten over de Poolse taal:
Foto: arsdigital - fotolia.com
Luister naar meer dan 1.700 professionele stemmen of laat ons een casting voor je samenstellen.
Reacties (0)